ECLI:NL:RBZWB:2023:1204
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 5 juli 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, waarna eiseres op 2 augustus 2022 een ingebrekestelling stuurde. Nadat ook na deze termijn geen besluit volgde, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de behandeling, maar de rechtbank acht een termijn van elf weken na verzending van het vonnis redelijk.
Verder legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de Belastingdienst de termijn overschrijdt. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om de termijn te verlengen met vertraging veroorzaakt door eiseres. Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers op 23 februari 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Belastingdienst binnen elf weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.