Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf voor cliënt, geboren in 1946, met een psychogeriatrische aandoening (vermoedelijk vasculaire dementie en Alzheimer). Cliënt verzet zich tegen opname en verblijf in de accommodatie en wil terug naar huis, maar de thuissituatie is onhoudbaar.
Tijdens de mondelinge behandeling waren cliënt, zijn advocaat, zijn dochter, een arts en een verpleegkundige aanwezig. De arts gaf aan dat cliënt zorgmijdend is, verzet toont door weg te lopen en verkeersgevaarlijk gedrag vertoont, maar baat heeft bij de begeleiding en structuur in de accommodatie.
De rechtbank concludeerde dat cliënt ernstig nadeel lijdt door zijn aandoening, waaronder lichamelijk letsel en psychische schade voor anderen, en dat opname noodzakelijk is om dit te voorkomen. Minder ingrijpende maatregelen zijn niet mogelijk. De rechterlijke machtiging wordt daarom verleend voor zes maanden tot 17 augustus 2023, met de oproep aan de zorgaanbieder om het verblijf zo aangenaam mogelijk te maken.