Verzoeker heeft meerdere malen tevergeefs een bijstandsuitkering aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen. Na een nieuwe aanvraag in oktober 2022 stelde het college de aanvraag buiten behandeling wegens onvoldoende ingeleverde bewijsstukken over de wijze van levensonderhoud en huurbetalingen sinds mei 2019.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gevraagde bewijsstukken over de periode vanaf mei 2019 niet meer relevant zijn voor de beoordeling van de aanvraag in oktober 2022. Verzoeker heeft voldoende stukken overgelegd waaruit blijkt dat zijn zus en anderen hem ondersteunen en huurbetalingen verrichten. Het college heeft ten onrechte gesteld dat nieuwe gegevens in bezwaar niet tot een gegrond bezwaar kunnen leiden.
Gezien de onrechtmatigheid van het bestreden besluit en de moeilijke persoonlijke situatie van verzoeker, waaronder het ontbreken van water, elektriciteit en zorgverzekering, wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Het college wordt opgedragen een voorschot op de bijstandsuitkering te verstrekken vanaf de datum van het verzoek om voorlopige voorziening tot zes weken na de beslissing op bezwaar.