ECLI:NL:RBZWB:2023:1243
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende betwistte de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2020, die was vastgesteld op €224.000. Na een bezwaarprocedure en beroep bij de rechtbank werd tijdens de zitting een compromis bereikt waarbij de WOZ-waarde werd verlaagd naar €215.000, met een overeenkomstige vermindering van de aanslag onroerendezaakbelasting.
Naast het inhoudelijke compromis werd overeengekomen dat de heffingsambtenaar proceskosten van €2.266 aan belanghebbende zou vergoeden, evenals het betaalde griffierecht van €48. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar.
Belanghebbende had tevens een verzoek ingediend tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn. De rechtbank stelde vast dat de termijn met ongeveer 12 maanden was overschreden, waardoor belanghebbende recht had op een schadevergoeding van €1.000. Hiervan werd €83,33 toegewezen aan belanghebbende ten laste van de heffingsambtenaar en €916,67 ten laste van de Staat der Nederlanden. De rechtbank wees de vergoeding toe en bepaalde dat de minister mede partij was in dit deel van de procedure.
Uitkomst: WOZ-waarde woning vastgesteld op €215.000 met vermindering aanslag OZB en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding toegekend.