ECLI:NL:RBZWB:2023:1262
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar WIA-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet binnen de wettelijk gestelde termijn heeft beslist op haar bezwaar tegen besluiten over de stopzetting van haar WIA-uitkering en de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid. Het bezwaar was ingediend op 3 februari 2022, waarna verweerder de beslistermijn met zes weken verlengde, maar alsnog niet tijdig heeft beslist.
De rechtbank overweegt dat eiseres de ingebrekestelling op 25 augustus 2022 heeft gedaan en dat het beroep binnen een redelijke termijn is ingesteld, ondanks dat het ruim vier maanden na de ingebrekestelling is verzonden. De rechtbank acht het beroep gegrond en vernietigt het niet tijdig genomen besluit.
Vanwege een tekort aan verzekeringsartsen en de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging, stelt de rechtbank een termijn van drie maanden voor verweerder om alsnog een besluit op bezwaar te nemen. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn.
Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €418,50. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en openbaar gemaakt op 28 februari 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen drie maanden alsnog een besluit op bezwaar te nemen met een dwangsom bij overschrijding.