ECLI:NL:RBZWB:2023:1268
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar beëindiging WAO-uitkering
Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen het besluit van 3 januari 2022 tot beëindiging van haar WAO-uitkering. Het bezwaar werd ingediend op 11 januari 2022. Verweerder heeft de beslistermijn meerdere malen uitgesteld, maar heeft uiteindelijk niet binnen de uiterste termijn van 5 september 2022 beslist.
Eiseres stelde verweerder op 23 september 2022 in gebreke en startte vervolgens het beroep. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist. De rechtbank beveelt verweerder aan binnen twee weken na verzending van het vonnis alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000.
Daarnaast moet verweerder het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van €418,50 betalen, berekend op basis van het Besluit proceskosten bestuursrecht. De rechtbank kwalificeert het geschil als licht van aard, conform jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.