Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zundert op zijn verzoek om handhavend op te treden tegen overtredingen op een perceel. De rechtbank constateert dat de beslistermijn was verstreken voordat het beroep werd ingediend en dat het beroep rechtsgeldig is.
Verweerder heeft uiteindelijk alsnog op 17 januari 2023 beslist, maar eiser is het niet eens met deze beslissing en heeft daartegen bezwaar gemaakt. De rechtbank beoordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen nog steeds procesbelang heeft omdat eiser de vaststelling van een dwangsom verlangt.
De rechtbank stelt vast dat het beroep kennelijk gegrond is en bepaalt op grond van de Awb dat de dwangsom verschuldigd is vanaf 23 december 2022 tot en met 17 januari 2023, een bedrag van €742,-. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser, vastgesteld op €418,50. De zaak wordt als licht van gewicht beschouwd omdat het uitsluitend gaat om de overschrijding van de beslistermijn.