Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser
Procesverloop
de rechtbank begrijpt) het primaire besluit herroepen en de mate van arbeidsongeschiktheid van eiser op 2 december 2019 bepaald op 49,90%. Verder is beslist dat eisers WIA-uitkering daarom met ingang van 1 december 2021 wordt aangepast.
Wat er aan deze procedure voorafging
Wat vindt eiser
equality of arms. Eiser verwijst hierbij naar het Korošec-arrest van het Europees Hof voor de rechten van de mens en stelt dat de uitleg van dit arrest door de Centrale Raad van Beroep incorrect is. Verder stelt eiser dat hij met zijn beperkingen de functies die het UWV geschikt vindt, niet kan verrichten.
Waarover gaat het in deze zaak
Wat de rechtbank vindt
.De rechtbank vindt dat de verzekeringsarts B&B in haar rapporten van 19 maart 2021 en 11 september 2021 voldoende heeft uitgelegd waarom er geen reden is om meer beperkingen aan te nemen. De rechtbank overweegt hiertoe dat het een verzekeringsarts B&B in bezwaar vrij staat om minder beperkingen aan te nemen dan bij de primaire beoordeling is gedaan, mits hij dit duidelijk en inzichtelijk motiveert. De rechtbank vindt dat de motivering van de verzekeringsarts B&B in dit geval hieraan voldoet. Het UWV heeft ter zitting terecht gewezen op het feit dat het bij de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling draait om de mate waarin beperkingen medisch en objectief vastgesteld kunnen worden en dat de FML, zoals opgesteld door de arts, gebaseerd was op het klachtenverhaal van eiser. De verzekeringsarts B&B heeft voldoende toegelicht dat de medische situatie van eiser al langer bekend is en dat er geen sprake is van toegenomen beperkingen als rechtstreeks en medisch objectiveerbaar gevolg van ziekte. Zonder afbreuk te willen doen aan de door eiser ervaren impact van zijn klachten op het dagelijks leven, ontbreekt een medisch objectieve onderbouwing van de toename van de klachten die eiser ervaart op 2 december 2019.
.De rechtbank heeft hiervoor geoordeeld dat zij geen reden ziet om te twijfelen aan de medische beoordeling. Eiser heeft de mogelijkheid gehad om medische stukken in te brengen die tot twijfel aan de medische beoordeling zouden kunnen leiden en heeft hier in bezwaar ook gebruik van gemaakt. Dat deze stukken niet tot een ander oordeel over de belastbaarheid hebben geleid, doet niet af aan het gegeven dat het beginsel van de
equality of armshiermee gewaarborgd is. De stelling van eiser dat de Centrale Raad van Beroep het Korošec-arrest incorrect geïnterpreteerd heeft, wat daar ook van zij, leidt niet tot een ander oordeel. Eisers verzoek om een onafhankelijk deskundige te benoemen wijst de rechtbank dan ook af.
- (sbc-code 315120) Receptionist
- (sbc-code 267051) Monteur printplaten
- (sbc-code 315100) Administratief ondersteunend medewerker.
De conclusie van de rechtbank
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
.