ECLI:NL:RBZWB:2023:1283

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
28 februari 2023
Publicatiedatum
27 februari 2023
Zaaknummer
AWB- 22_5513
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 4:13 AwbArt. 6.1.3.1 BroArt. 6.1.3.6 Bro
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij planschadeverzoek

Eiser heeft een aanvraag voor tegemoetkoming in planschade ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk op 4 november 2021. Verweerder ontving deze aanvraag op 29 november 2021. Volgens de wettelijke bepalingen, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening, geldt een totale beslistermijn van 48 weken voor dergelijke aanvragen.

Eiser stuurde op 12 september 2022 een ingebrekestelling aan verweerder, waarin hij verzocht binnen twee weken alsnog te beslissen. De rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was, aangezien de beslistermijn pas op 31 oktober 2022 zou aflopen. Hierdoor is het beroep van eiser niet-ontvankelijk verklaard, omdat een beroep pas kan worden ingesteld nadat de beslistermijn is verstreken en een ingebrekestelling is gedaan.

De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en maakte de uitspraak openbaar op 28 februari 2023. Partijen werden geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/5513

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 februari 2023 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaatsnaam], eiser

(gemachtigde: mr. E.T. Stevens),
en
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk, verweerder.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingesteld omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag tegemoetkoming planschade van 4 november 2021 op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

Overwegingen

De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
Eiser heeft de aanvraag tegemoetkoming planschade ingediend op 4 november 2021, door verweerder ontvangen op 29 november 2021.
Zoals de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak van 2 oktober 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:1395) heeft overwogen, vergt de besluitvorming in zaken waarin is verzocht om een tegemoetkoming in planschade de nodige tijd indien – met het oog op de zorgvuldigheid van die besluitvorming – een deskundigenadvies wordt ingewonnen. In een dergelijk geval zijn in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de daarop gebaseerde Procedureverordening [1] de afzonderlijke fases van de te volgen procedure beschreven en zijn per fase de daarbij in acht te nemen termijnen vermeld. Deze termijnen vormen samen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn, als bedoeld in artikel 4:13 van Pro de Awb, waarbinnen op de aanvraag om een tegemoetkoming in planschade moet worden beslist.
Indien een aanvraag om tegemoetkoming in planschade niet als kennelijk ongegrond wordt afgewezen, dient verweerder op grond van artikel 6.1.3.1, eerste lid, van het Bro, gelezen in verbinding met artikel 2 van Pro de Procedureverordening, in beginsel binnen (4+12=) 16 weken na ontvangst van de aanvraag een opdracht aan een adviseur te verstrekken om ter zake van de aanvraag een advies uit brengen. Vervolgens is in artikel 6, zevende, achtste en negende lid, van de Procedureverordening bepaald dat de termijn die is gemoeid met het uitbrengen van een conceptadvies, de reacties daarop en het uitbrengen van een advies waarbij die reacties zijn betrokken, in beginsel (16+4+4=) 24 weken bedraagt. Tot slot dient verweerder ingevolge artikel 6.1.3.6, eerste lid, van het Bro, binnen in beginsel 8 weken na ontvangst van het advies op de aanvraag te beslissen.
Van opschorting, dan wel verlenging van de termijn, zoals voorzien in artikel 6, zevende lid, van de Procedureverordening en artikel 6.1.3.6, tweede lid, van het Bro dient mededeling te worden gedaan. Hiervan is in dit geval niet gebleken, zodat uit het vorenstaande volgt dat moet worden uitgegaan van een totale beslistermijn van in beginsel (16+24+8=) 48 weken.
Verweerder had dus uiterlijk op 31 oktober 2022 op de aanvraag van eiser voor een tegemoetkoming in planschade moeten beslissen. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen. Eiser heeft verweerder op 12 september 2022 in gebreke gesteld. Nog daargelaten of er sprake was van een rechtsgeldige ingebrekestelling, was op dat moment de beslistermijn nog niet verstreken.
Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van D. Alblas, griffier, op 28 februari 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Oisterwijk 2008.