Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van 24 tijdelijke woningen bestemd voor zorg aan mensen met een lichte verstandelijke beperking en psychische problemen. Zij vreest overlast, verkeersproblemen, geluidshinder en aantasting van het karakter van de woonomgeving. De voorzieningenrechter heeft op 22 februari 2023 de zaak behandeld en beoordeelt het verzoek om voorlopige voorziening.
De rechter stelt vast dat het college het bouwplan heeft getoetst aan de goede ruimtelijke ordening en dat de belangenafweging niet deugdelijk is gemotiveerd in het bestreden besluit, maar dit kan worden hersteld bij bezwaar. De voorzieningenrechter acht het aannemelijk dat de tijdelijke woningen geen onevenredige ruimtelijke impact hebben, mede omdat de gronden al een maatschappelijke bestemming hebben en vergelijkbare activiteiten toestaan.
Verder zijn maatregelen getroffen door vergunninghouder om overlast te beperken, zoals 24-uurs begeleiding en bewaking. De verkeerssituatie en geluidsoverlast worden niet onaanvaardbaar beïnvloed. Verzoeksters argumenten over het niet langer kunnen gebruiken van het sportveld worden niet gevolgd omdat zij geen eigendom heeft en een alternatief terrein is aangeboden.
Gelet op het spoedeisend belang en de belangenafweging concludeert de voorzieningenrechter dat het verzoek om voorlopige voorziening moet worden afgewezen. De uitspraak is gedaan op 28 februari 2023 door de voorzieningenrechter E.J. Govaers.