Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.Het geschil
3.De beoordeling
€ 529,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Woonzorg vordert in kort geding de ontruiming van de woning van huurder [gedaagde sub 2] wegens herhaaldelijk bedreigend en beledigend gedrag jegens medewerkers en omwonenden, wat tot angst en onveiligheidsgevoelens heeft geleid. Tevens vordert zij een locatie- en gebiedsverbod voor de huurder na ontruiming.
De huurder betwist de ernst van de klachten, ontkent opzettelijke brandstichting en stelt dat zijn gedrag voortkomt uit boosheid en onbegrip. Hij is bereid een agressietraining te volgen en wijst het gebiedsverbod af vanwege de noodzaak zijn zieke tante te bezoeken.
De kantonrechter oordeelt dat het gedrag van de huurder een ernstige tekortkoming vormt in de nakoming van de huurovereenkomst en dat Woonzorg niet kan worden verplicht de overeenkomst voort te zetten. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen. Het gebiedsverbod wordt afgewezen omdat het belang van de huurder om zijn zieke tante te bezoeken zwaarder weegt dan het belang van Woonzorg en bewoners.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten en de nakosten worden voorwaardelijk toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de bewindvoerder tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen en wijst het gevorderde gebiedsverbod af.