ECLI:NL:RBZWB:2023:132
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 27 mei 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, hetgeen niet ter discussie staat. Eiser heeft verweerder op 4 juli 2022 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder besluit. Daarom is het beroep gegrond verklaard.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen elf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege een groot aantal verzoeken en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling, maar de rechtbank acht elf weken redelijk. Een verlenging van de termijn met vertraging door toedoen van eiser wordt niet toegestaan.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiser vergoeden en daarnaast een proceskostenvergoeding van € 418,50 betalen, berekend met een wegingsfactor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 10 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank beveelt verweerder binnen elf weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.