Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 17 januari 2023.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
4.13. De nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals hierna onder de beslissing is vermeld.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert [eiser in conventie] B.V., een internationaal transportbedrijf, betaling van openstaande transportkosten van €19.848,84 exclusief btw plus incassokosten van €973,48 van DMD B.V., een aannemer en uitzendbureau. De goederen, 55 pallets keramische vloertegels, zijn vanuit Turkije naar Nederland vervoerd en geleverd aan DMD.
DMD betwist de vordering met het verweer dat de transportopdracht niet rechtsgeldig tot stand is gekomen omdat de contactpersoon, [naam 3], niet bevoegd was om namens DMD de overeenkomst te sluiten. De rechtbank oordeelt echter dat dit verweer jegens de vervoerder niet kan worden ingeroepen, mede omdat DMD onvoldoende heeft weersproken dat [naam 3] als contactpersoon fungeerde en dat DMD als contractspartij geldt.
De rechtbank wijst de vordering toe, inclusief wettelijke handelsrente over de hoofdsom vanaf 1 januari 2022 en wettelijke rente over de incassokosten vanaf de dag van dagvaarding. Tevens wordt DMD veroordeeld in de proceskosten en nakosten. De reconventionele vordering van DMD is ingetrokken en wordt niet behandeld.
Uitkomst: DMD B.V. wordt veroordeeld tot betaling van €20.822,32, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.