ECLI:NL:RBZWB:2023:138
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 17 november 2021 een verzoek tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, waarna eiseres op 18 november 2022 een ingebrekestelling stuurde, welke op 21 november 2022 door de Belastingdienst werd ontvangen.
De rechtbank constateert dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep van eiseres gegrond. De Belastingdienst wordt opgedragen binnen elf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Verweerder had verzocht om een termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken, maar de rechtbank acht elf weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €15.000. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om de termijn te verlengen met perioden waarin de herbeoordeling door toedoen van eiseres niet kan plaatsvinden.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet de Belastingdienst het betaalde griffierecht van €50 aan eiseres vergoeden en een proceskostenvergoeding van €418,50 betalen. De rechtbank kwalificeert het geschil als licht van aard en baseert de proceskostenvergoeding op het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van elf weken op voor het nemen van een besluit met een dwangsom bij overschrijding.