Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
- € 44,93 medicijnen
- € 1.962,00 herstelkosten kozijnen woning
- € 1.100,00 herstelkosten ramen woning
- € 16,94 reiskosten ziekenhuis
- € 35,00 parkeerkosten ziekenhuis
- € 41,76 verplaatste schade (reiskosten zoon)
- € 453,75 kosten loodgieter
- € 4.814,00 kosten gehoorapparaat
- € 744,72 verlies zelfwerkzaamheid.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[slachtoffer 1]van
€ 23.197,35, waarvan € 5.697,35 aan materiële schade en € 17.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente, over een bedrag van € 18.383,35 vanaf 25 augustus 2022 en over een bedrag van € 4.814,- vanaf 23 januari 2023, steeds tot aan de dag der voldoening;
138 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
[slachtoffer 2]van
€ 6.500,- aan immateriële schade vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 augustus 2022 tot aan de dag der voldoening;
67 dagen gijzelingkan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;