ECLI:NL:RBZWB:2023:1429
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen termijn voor beslissing op bezwaar WIA-uitkering afgewezen
Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) dat haar een loongerelateerde WIA-uitkering toekent op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 36,58%. Omdat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, heeft opposante beroep ingesteld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en gaf het UWV vier maanden om alsnog een besluit op bezwaar te nemen.
Tegen deze uitspraak heeft opposante verzet ingesteld, omdat zij het niet eens is met de termijn van vier maanden die de rechtbank het UWV heeft gegeven. De rechtbank beoordeelt in deze verzetzaak of het eerdere oordeel terecht was dat het beroep gegrond is en of de termijn redelijk is.
De rechtbank overweegt dat het UWV kampt met een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor het plannen van medische spreekuren of hoorzittingen vertraging oplevert. De opgelegde termijn van vier maanden houdt rekening met deze reële mogelijkheden en het belang van opposante om binnen afzienbare tijd een beslissing te ontvangen. Een kortere termijn zou onhaalbaar zijn en de zorgvuldigheid van de heroverweging kunnen schaden.
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond en bevestigt dat het UWV binnen vier maanden een besluit op bezwaar moet nemen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzet van opposante tegen de termijn van vier maanden voor het nemen van een besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard.