Uitspraak
zowel pro se als in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van haar minderjarige [dochter] ,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De passagier vordert van TAP Air Portugal compensatie wegens vertraging van een vlucht van Amsterdam naar Fortaleza en schadevergoeding voor het verlies van een koffer. De vordering valt binnen de Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) omdat het bedrag onder de €5.000 blijft en er sprake is van een grensoverschrijdende situatie.
De kantonrechter onderzoekt ambtshalve de internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter. Voor de vertraging van de vlucht geldt de Verordening (EG) nr. 261/2004, maar deze regelt niet de rechterlijke bevoegdheid. Volgens Verordening Brussel I-bis is de rechter van de plaats waar de verbintenis is uitgevoerd bevoegd. De plaats van uitvoering is de plaats van vertrek of bestemming van de vlucht, hier Amsterdam en Fortaleza. De Nederlandse rechter te Middelburg is daarom niet bevoegd; de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, is dat wel.
Voor de vordering wegens verlies van de koffer geldt het Verdrag van Montreal en de bijbehorende Verordening (EG) nr. 889/2002. Dit regelt dat de rechter van de woonplaats, hoofdzetel of plaats van bestemming bevoegd is. TAP Air Portugal is gevestigd in Lissabon, Portugal, en de plaats van bestemming is Fortaleza, Brazilië. Nederland is niet bevoegd omdat TAP geen vestiging in Nederland heeft die zorg droeg voor de overeenkomst.
De kantonrechter verklaart zich daarom onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, voor het deel van de vordering over de vertraging. Over de proceskosten beslist de verwijzende kantonrechter niet. De zaak staat gepland voor beraad op 29 maart 2023.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.