ECLI:NL:RBZWB:2023:1456
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige ambtshalve uitschrijving uit de Basisregistratie Personen en weigering herinschrijving
Eisers stonden ingeschreven op een adres in Noord-Beveland maar werden ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie Personen (BRP) met de vermelding 'Land waarnaar vertrokken: onbekend'. Dit gebeurde na een melding dat zij niet op het adres zouden wonen, gevolgd door een onderzoek waarbij de woning gesloten bleek en omwonenden aangaven dat een man die regelmatig op zee zit op het adres woonde. Het college besloot tot uitschrijving en weigerde herinschrijving nadat eisers bezwaar maakten.
Eisers betoogden dat zij ten onrechte waren uitgeschreven omdat zij feitelijk op het adres verbleven en dat zij zich niet konden inschrijven op hun werkadres vanwege een nog niet verleende omgevingsvergunning. De rechtbank oordeelde dat het college ten onrechte alleen de weigering tot inschrijving had heroverwogen en niet de ambtshalve uitschrijving, terwijl de ambtshalve uitschrijving ook binnen het geschil viel.
De rechtbank stelde vast dat eisers bereikbaar waren en dat het college wist waar zij verbleven, waardoor niet was voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van artikel 2.22 van de Wet BRP voor ambtshalve uitschrijving. De uitschrijving was daarom onrechtmatig. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het eerdere uitschrijvingsbesluit en gelast het college om eisers met terugwerkende kracht in te schrijven. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot ambtshalve uitschrijving en gelast herinschrijving met terugwerkende kracht.