Uitspraak
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
- Santander heeft met [gedaagde] een overeenkomst van geldlening gesloten. Met het geld van deze lening heeft [gedaagde] een Mercedes Benz A200 met [kenteken] aangeschaft.
- Tot zekerheid van de terugbetaling van de lening is op deze auto een pandrecht gevestigd ten behoeve van Santander .
- [gedaagde] betaalt al sinds maart 2022 zijn maandelijkse termijnen niet meer. Hoewel [gedaagde] is aangemaand, heeft Santander geen betaling meer ontvangen. Santander heeft daarom op grond van de op de overeenkomst toepasselijke voorwaarden het gehele restant van de geldlening van [gedaagde] opgeëist. Per 27 december 2022 bedraagt de hoofdsom € 16.615,04.