Op 21 december 2021 heeft verdachte meerdere keren met een mes in het bovenlichaam van het slachtoffer gestoken en gesneden, waardoor het slachtoffer steek- en snijwonden opliep. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond voor poging tot doodslag, maar wel voor poging tot zware mishandeling. Daarnaast heeft verdachte een voordeur beschadigd die toebehoorde aan een woningcorporatie.
De rechtbank nam het advies van het Pieter Baan Centrum en de reclassering over, die vaststelden dat verdachte leed aan een psychotische stoornis door cannabisgebruik, met een hoog recidiverisico en gebrek aan ziektebesef. Daarom werd tbs met dwangverpleging noodzakelijk geacht om de maatschappij te beschermen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van achttien maanden op, lager dan de eis van 24 maanden, omdat poging tot doodslag niet bewezen werd. De messen die bij de woning werden aangetroffen werden verbeurd verklaard. De straf en maatregel zijn proportioneel en noodzakelijk geacht gezien de ernst van de feiten en de persoonlijke problematiek van verdachte.