Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland inzake de verlenging van een tijdelijke omgevingsvergunning voor een mast. De aanvraag betrof een verlenging van 6 maanden, terwijl het college een vergunning voor 12 maanden verleende. Verzoekster vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
Naar aanleiding van het verzoek gaf het college telefonisch aan een herstelbesluit te zullen nemen waarin de duur van de vergunning wordt teruggebracht tot 6 maanden, conform de aanvraag. Hierop trok verzoekster het verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het verzoek om proceskostenveroordeling zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het college tegemoet is gekomen aan het verzoek, waardoor het verzoek gegrond is. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 837,-, en tot vergoeding van het griffierecht van € 365,-.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.P. Broeders en griffier N. van Asten op 10 maart 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.