Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2023 in de zaak tussen
[belanghebbende], uit, [plaats], [land], belanghebbende,
)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premievolksverzekeringen 2018. De rechtbank heeft het beroep behandeld zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was.
De kern van het geschil is het niet betalen van het griffierecht van €50 binnen de gestelde termijn. De griffier heeft belanghebbende meerdere malen in de gelegenheid gesteld om het griffierecht alsnog te voldoen, onder meer via een aangetekende brief die volgens Track&Trace is afgeleverd.
Omdat belanghebbende het griffierecht niet heeft betaald en geen verontschuldiging heeft gegeven, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 10 maart 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.