ECLI:NL:RBZWB:2023:1556
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vergoeding immateriële schade wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2019, die door de heffingsambtenaar is vastgesteld op €188.000. De rechtbank beoordeelt de waarde aan de hand van de vergelijkingsmethode en concludeert dat geen van beide partijen de waarde aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank stelt de waarde daarom in goede justitie vast op €174.000.
Daarnaast maakt belanghebbende aanspraak op immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn voor de behandeling van bezwaar en beroep. De rechtbank constateert een termijnoverschrijding van 12 maanden en kent een vergoeding toe van €1.000, waarvan een deel door de heffingsambtenaar en een deel door de minister moet worden betaald.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak op bezwaar, vermindert de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig, en veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €174.000 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.