ECLI:NL:RBZWB:2023:1571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in verband met langdurige renovatieoverlast
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1975 met een grondoppervlakte van 154 m2 en een woonoppervlakte van 134 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van deze woning per 1 januari 2020 vast op €222.000. Belanghebbende betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €180.000 voor, mede vanwege langdurige renovatieoverlast in de straat.
De heffingsambtenaar onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport van november 2021, waarin de woning werd getaxeerd op €226.000 op basis van vergelijkingsobjecten die recentelijk waren verkocht. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld.
Belanghebbende voerde aan dat de vijf jaar durende renovatie en sloop van woningen in de omgeving een waardevermindering rechtvaardigen. De rechtbank erkent de hinder, maar stelt dat een dergelijke overlast volgens de heffingsambtenaar nooit leidt tot een waardevermindering en dat zelfs bij een correctie van de ligging de waarde niet substantieel lager uitkomt.
Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard, blijft de beschikking in stand en ontvangt belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €222.000 wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.