ECLI:NL:RBZWB:2023:1572
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde woning in Tilburg
Belanghebbende is eigenaar van een eindwoning uit 1931 in Tilburg, waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op €320.000. Tegen deze waarde is bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar is afgewezen, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep behandeld waarbij belanghebbende niet is verschenen, maar wel tijdig was uitgenodigd. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een matrix en taxatierapport, waarin vergelijkingsobjecten werden gebruikt die voldoende vergelijkbaar zijn met de woning van belanghebbende. Er is rekening gehouden met verschillen zoals renovatiecorrectie en woonoppervlakte.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met verschillen in perceeloppervlak, wooninhoud en marktontwikkelingen, maar heeft dit niet nader onderbouwd. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en wees het verzoek tot terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €320.000 wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.