ECLI:NL:RBZWB:2023:1599
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding bij intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen parkeerbelasting
Belanghebbende is geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting en maakte bezwaar bij de bevoegde instantie. Vervolgens kwam belanghebbende in beroep tegen het niet tijdig beslissen door de heffingsambtenaar. De heffingsambtenaar stelde dat de beslistermijn niet was overschreden en dat het bezwaar per abuis niet was geregistreerd, waardoor de bezwaarfase alsnog moest worden gevolgd.
Belanghebbende trok het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De rechtbank gaf de heffingsambtenaar gelegenheid te reageren, die stelde dat geen aanleiding was voor proceskostenveroordeling omdat nog geen besluit was genomen en de bezwaarfase niet was afgerond.
De rechtbank overwoog dat een proceskostenvergoeding bij intrekking van het beroep alleen kan worden toegekend indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen. Nu dit niet het geval was en de bezwaarfase nog liep, wees de rechtbank het verzoek af als kennelijk ongegrond.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen op 14 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat de heffingsambtenaar niet is tegemoetgekomen en de bezwaarfase nog niet is afgerond.