ECLI:NL:RBZWB:2023:1648

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 maart 2023
Publicatiedatum
14 maart 2023
Zaaknummer
AWB- 22_4626
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep energietoeslag

Verzoekster diende een aanvraag in voor een eenmalige energietoeslag bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, welke aanvankelijk werd afgewezen. Na bezwaar verklaarde het bestuursorgaan het bezwaar ongegrond. Verzoekster stelde daarop beroep in bij de rechtbank.

Tijdens de procedure trok het bestuursorgaan het bestreden besluit in en kende alsnog de energietoeslag van € 1.300 toe aan verzoekster. Naar aanleiding hiervan trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten, namelijk het betaalde griffierecht van € 50.

De rechtbank overwoog dat hoewel het bestuursorgaan aan het beroep tegemoet was gekomen, het griffierecht niet onder de proceskosten valt die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Wel is het bestuursorgaan op grond van de wet verplicht het griffierecht te vergoeden. De rechtbank wees het verzoek om proceskostenvergoeding daarom af, maar ging ervan uit dat het bestuursorgaan het griffierecht zal vergoeden zoals toegezegd.

Uitkomst: Verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen; griffierecht wordt door bestuursorgaan vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/4626

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2023 in de zaak tussen

[verzoekster], uit [plaatsnaam], verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 23 juni 2022 (primair besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster voor een eenmalige energietoeslag afgewezen.
In het besluit van 22 augustus 2022 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
In het besluit van 21 november 2022 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en in plaats daarvan besloten dat verzoekster alsnog recht heeft op een eenmalige energietoeslag van € 1.300,- .
Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten namelijk het betaalde griffierecht van € 50,-.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek.
Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld dat zij de griffiekosten aan verzoekster zal vergoeden.

Overwegingen

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
Hoewel verweerder tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het griffierecht valt namelijk niet onder proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen als bedoeld in artikel 1 van Pro het Bpb.
Verweerder is evenwel op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb van rechtswege verplicht het door verzoekster betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. Omdat dit uit de wet volgt, is er geen noodzaak om te beslissen dat verweerder het griffierecht aan verzoekster moet betalen. Gelet op de toezegging van verweerder gaat de rechtbank ervan uit dat verweerder na onderhavige uitspraak daadwerkelijk overgaat tot vergoeding van het griffierecht aan verzoekster.

Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van C.A.F. Kalb, griffier, op 10 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.