Uitspraak
RACE HARDWARE B.V.,
1.De procedure
- de akte wijziging van eis en overlegging productie van 1 juni 2022 van Race;
- de conclusie van repliek van 3 augustus 2022;
- de conclusie van dupliek van 12 oktober 2022.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Race Hardware B.V. heeft een geldleningsovereenkomst gesloten met gedaagde op 6 mei 2015 voor een hoofdsom van € 19.000,- tegen een rente van 6,6% per jaar. Gedaagde is in verzuim geraakt met de betaling van hoofdsom en rente, waardoor Race Hardware een vordering van € 21.824,71 inclusief rente en incassokosten heeft ingediend. Gedaagde erkent het bestaan van de lening en het openstaande bedrag van € 19.284,84.
De rechtbank beoordeelt de vordering en wijst toe dat gedaagde over het openstaande bedrag vanaf april 2022 de contractuele rente van 1% per maand verschuldigd is. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 3.500,19 worden gematigd tot het wettelijke maximum van € 967,85, aangezien Race Hardware niet heeft aangetoond dat hogere kosten redelijk zijn. Gedaagde heeft reeds € 1.000,- aan incassokosten voldaan.
De rechtbank verwerpt het verweer dat incassokosten niet verschuldigd zouden zijn vanwege betalingsonmacht van gedaagde, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld die inschakeling van een incassobureau onredelijk maken. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het gematigde bedrag van € 967,85 aan incassokosten, het openstaande bedrag inclusief rente, en de proceskosten. De gevorderde rente over proceskosten en nakosten wordt toegewezen indien betaling niet binnen veertien dagen na betekening plaatsvindt.
Gedaagde wordt geadviseerd om voor een betalingsregeling contact op te nemen met de gemachtigde van Race Hardware, omdat de rechtbank geen dwingende regeling kan opleggen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 19.292,37 plus rente en proceskosten, met matiging van incassokosten tot wettelijk maximum.