Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de mondelinge behandeling, gehouden op 7 maart 2023.
2.De feiten
- Het gebouw staande en gelegen aan de [adres 1] (hierna: het gebouw) is gesplitst in appartementsrechten. [gedaagde] is eigenaresse van appartementsrecht [nummer 1] ( [adres 2] );
- In de splitsingsakte d.d. 19 mei 2003 (hierna: de splitsingsakte) is het modelreglement 1992 van toepassing verklaard (hierna: MR1992).
- Artikel 18 lid Pro 3 MR1992 luidt:
- Begin 2022 is wateroverlast gemeld door [gedaagde] als gevolg van een lekkage aan het gebouw ter plaatse van haar appartement. Zij bericht [naam 1] , lid VvE, per e-mailbericht d.d. 11 januari 2022:
- Bij e-mailbericht d.d. 3 augustus 2022 bericht [naam 2] , bestuurslid VvE, [gedaagde] dat zij 14 dagen de kans heeft om alsnog medewerking te verlenen aan het toelaten van een deskundige in haar woning.
- De notulen van de ledenvergadering van de VvE van 23 november 2022 vermeldt het volgende:
“Aan ons is door de [de VvE] de opdracht gegeven om een lekkage te onderzoeken in het gebouw aan de [adres 1] te Breda. Om een voldoende beeld te kunnen vormen van de oorzaak en de mogelijke aanpak van de reparatie is het noodzakelijk dat we voor enige tijd, afhankelijk van de ernst van de lekkage, 2-4 uur toegang hebben tot het appartement [adres 2] van Mevrouw [gedaagde] .
- Op 5 oktober 2022 en 16 januari 2023 is [gedaagde] gesommeerd om de deskundige toegang te verschaffen tot haar woning.
- Bij ledenvergadering d.d. 30 januari 2023 is besloten om het bestuur te machtigen om namens de VvE een gerechtelijke kortgedingprocedure en/of een gerechtelijke bodemprocedure te starten tegen haar lid mevrouw [gedaagde] , ter zake van toegang (voor een deskundige en/of het bestuur) tot haar appartement in verband met (onderzoek naar) een lekkage.