ECLI:NL:RBZWB:2023:1693
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aftrek rente bij aankoop blote eigendom erfpachtgrond in inkomstenbelasting
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over 2017 en tegen de afwijzing van zijn verzoek om ambtshalve vermindering door de inspecteur. De kern van het geschil betreft de vraag of een bedrag van € 12.467,39, onderdeel van de koopsom van € 57.404,80 voor de blote eigendom van erfpachtgrond, in aftrek kan worden gebracht als rente of kosten van een lening.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de beschikking van 25 mei 2021 terecht niet-ontvankelijk is verklaard wegens termijnoverschrijding. Desondanks beoordeelt de rechtbank het geschil inhoudelijk naar aanleiding van de beschikking van 17 september 2021. Volgens de wet zijn alleen renten en kosten van geldleningen die behoren tot de eigenwoningschuld en periodieke betalingen op grond van erfpacht, opstal en beklemming aftrekbaar.
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat het genoemde bedrag betrekking heeft op rente of kosten van een lening voor de aankoop van de blote eigendom. Er is geen bewijs van een dergelijke lening en het bedrag kan ook niet worden gezien als achterstallige canon, omdat belanghebbende jaarlijks canon heeft afgetrokken. Daarom is het volledige bedrag van € 57.404,80 aangemerkt als koopsom en niet aftrekbaar.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht af en kent geen proceskostenvergoeding toe. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het bezwaar ongegrond omdat niet aannemelijk is gemaakt dat een deel van de koopsom rente betreft.