ECLI:NL:RBZWB:2023:1694
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen navorderingsaanslagen wegens onttrokken gelden aan stichtingen
Belanghebbende was enig bestuurder van twee stichtingen waarvan hij gelden onttrok die niet in zijn aangiften inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) waren vermeld. De inspecteur legde navorderingsaanslagen op over de jaren 2012 tot en met 2016, gebaseerd op een FIOD-onderzoek waaruit bleek dat belanghebbende ten onrechte omzetbelasting terugvorderde en gelden van de stichtingen naar privé overmaakte.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur geen rekening had gehouden met betalingen die hij namens de stichtingen had gedaan en dat aanslagen te hoog waren. Ook stelde hij dat de inspecteur had moeten wachten op definitieve jaarstukken en vennootschapsbelastingaanslagen van de stichtingen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet de vereiste aangiften had gedaan, waardoor de bewijslast werd omgekeerd en verzwaard. De inspecteur had op redelijke gronden de bijtellingen vastgesteld op basis van het FIOD-rapport.
De rechtbank verwierp de stellingen van belanghebbende over de ripdeal en contante betalingen wegens gebrek aan objectief bewijs. Ook zag de rechtbank geen reden om af te wijken van de belastingrentebeschikkingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep van belanghebbende af en bevestigt de navorderingsaanslagen en belastingrentebeschikkingen.