ECLI:NL:RBZWB:2023:17
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 20 januari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijke termijn op deze aanvraag beslist. Eiseres stelde verweerder op 18 januari 2022 in gebreke, waarna verweerder de ingebrekestelling op 20 januari 2022 ontving.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder erkent dat de ingebrekestelling niet te vroeg was ingediend. Verweerder heeft op 29 april 2022 reeds een dwangsom toegekend gekregen vanwege verdere overschrijding na de ingebrekestelling. Het beroep wordt daarom gegrond verklaard.
De rechtbank draagt verweerder op om binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Voor iedere dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet een dwangsom van € 100,- worden betaald, met een maximum van € 15.000,-. Tevens moet verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 379,50 betalen, berekend op basis van een lichte zaak en de inzet van een gemachtigde.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.