Uitspraak
1.De procedure
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling van 2 maart 2023.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
WonenBreburg vordert in kort geding de ontruiming van een woning die zij verhuurt aan [gedaagde], vanwege ernstige overlastklachten en een gevaarlijke situatie veroorzaakt door de huurder. Sinds april 2022 zijn er klachten over harde muziek en sinds januari 2023 ook over geluiden van verschuiven en timmeren in de avond- en nachturen. Daarnaast heeft de huurder de woning vrijwel geheel gesloopt, waaronder het verwijderen van deuren, stopcontacten, schakelaars en keukenkastfronten, wat tot gevaarlijke situaties heeft geleid.
WonenBreburg heeft meerdere huisbezoeken afgelegd en zelfs de politie betrokken. Ondanks pogingen tot contact en hulpverlening werkt de huurder niet mee aan verbetering of vrijwillige beëindiging van de huurovereenkomst. De huurder voert verweer dat hij klachten heeft over de mechanische ventilatie en dat zijn handelen een schreeuw om aandacht is.
De kantonrechter overweegt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is en dat terughoudendheid geboden is. Toch is het spoedeisend belang van WonenBreburg gegeven vanwege de ernst en voortduring van de overlast en het gevaar voor omwonenden en de huurder zelf. Het verweer van de huurder wordt als onvoldoende onderbouwd verworpen. De kantonrechter acht het aannemelijk dat in een bodemprocedure de huurovereenkomst zal worden ontbonden en wijst de ontruiming toe met een termijn van zeven dagen na betekening van het vonnis.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontruiming toe en legt een ontruimingstermijn van zeven dagen op.