ECLI:NL:RBZWB:2023:171
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling projectplan waterstaatswerk tegen wateroverlast en schade
Eisers zijn eigenaren van percelen nabij het natuurgebied waarvoor het waterschap Brabantse Delta een projectplan heeft vastgesteld om verdroging tegen te gaan door herstel van de beek en ontwikkeling van natte natuur. Zij vreesden wateroverlast en schade aan hun melkveebedrijf door onvoldoende garanties in het projectplan.
De rechtbank beoordeelde of het algemeen bestuur in redelijkheid het projectplan kon vaststellen. Eisers stelden dat de maatregelen zoals opschonen van watergangen, aanleg van een gemaal en nieuwe watergangen onvoldoende bescherming boden tegen wateroverlast, en dat belangrijke elementen zoals een duiker en verharding van naastgelegen percelen niet waren meegenomen.
Het algemeen bestuur onderbouwde de maatregelen met meetgegevens, oppervlaktewatermodellering en een monitoringspunt nabij kritische percelen. Ook werd toegelicht dat het gemaal is gedimensioneerd op basis van praktijkgegevens met een overcapaciteit. De rechtbank oordeelde dat het algemeen bestuur voldoende gemotiveerd heeft dat de maatregelen de negatieve gevolgen beperken en dat een nulmeting niet noodzakelijk is.
Verder wees de rechtbank erop dat het waterschap niet verantwoordelijk is voor onderhoud van kavelsloten van derden en dat handhaving daarvan buiten deze procedure valt. Het algemeen bestuur heeft een schaderegeling volgens artikel 7.14 Waterwet in het projectplan niet hoeven opnemen.
De rechtbank concludeerde dat het algemeen bestuur een evenwichtige belangenafweging heeft gemaakt en het projectplan in redelijkheid heeft vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard en eisers kregen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het projectplan wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.