Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Inleiding
“Totale onderhandse verkoopwaarde bij voortgezet gebruik en gelijkblijvende bestemming, excl. BTW: € 430.000”.Uit de in het taxatierapport opgenomen inventarislijst volgt dat de taxatie de volgende roerende zaken betreft:
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[belanghebbende]statutair gevestigd te [plaats 2], kantoorhoudend aan het [adres 2], te ([postcode]) [vestigingsplaats], ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bevoegd bestuurder de heer [aandeelhouder], hierna te noemen: “Verhuurder”
De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid[B.V.], statutair gevestigd te [plaats 2], kantoorhoudend aan de [adres 1], te ([postcode]) [plaats 2], ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar bevoegd bestuurder de heer [zoon], hierna te noemen: “Huurder”
- Verhuurder van Huurder machines heeft gekocht, zoals nader omschreven in het taxatierapport van [taxateur 1], taxateurs te [plaats 1] van 4 augustus 2015 voor de koopsom van € 430.000 exclusief omzetbelasting, welke koopsom is verrekend met de door Huurder aan Verhuurder verschuldigde geldlening en voor het meerdere met de geldlening welke de heer [aandeelhouder] in privé heeft op de heer [zoon];
- Na deze koop/verkoop Verhuurder gerechtigd is over deze machines vrijelijk te beschikken;
- Na deze koop/verkoop Verhuurder de machines wenst te verhuren aan Huurder;