Uitspraak
- de akten van 9 december 2022, 2 februari en 14 februari 2023 van de zijde van TBV.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De Stichting TBV verhuurt een woning aan [gedaagde], onder bewindvoering van [bewindvoerder]. Sinds 2017 is bewind ingesteld over de goederen van [gedaagde]. Vanaf maart 2021 is de woning verhuurd aan [gedaagde] met algemene huurvoorwaarden die onder meer overlast verbieden.
Er zijn vanaf juni 2021 meerdere klachten van buren over nachtelijke geluidsoverlast, drugshandel en vervuiling. TBV heeft herhaaldelijk huisbezoeken gedaan en afspraken gemaakt, maar de overlast bleef voortduren. Politie constateerde zelfs gestolen fietsen in de woning en drugsgebruik.
TBV vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen. De bewindvoerder betwist de overlast en stelt dat onvoldoende bewijs is geleverd, en vraagt om een langere ontruimingstermijn.
De kantonrechter oordeelt dat de overlast voldoende is aangetoond met verklaringen van buren, politie en woonconsulent. De huurder is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst. Gezien het hulpverleningstraject en reclasseringstoezicht wordt een ruimere ontruimingstermijn tot 1 mei 2023 toegestaan. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de bewindvoerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming van de woning wordt bevolen uiterlijk 1 mei 2023.