ECLI:NL:RBZWB:2023:1747
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde restaurant te Tilburg
Belanghebbende, eigenaar van een restaurant in Tilburg, maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €562.000 per 1 januari 2020. De heffingsambtenaar had deze waarde gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode, met een kapitalisatiefactor van 9, ondersteund door vergelijkingen met referentieobjecten en een leegstandsrisico van 15%.
Belanghebbende voerde aan dat de leegstandsrisico's hoger zijn en dat vanwege de coronapandemie de waarde met 40% verlaagd zou moeten worden, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad. De rechtbank oordeelde dat de waardepeildatum vóór de coronapandemie ligt en dat de pandemie geen bijzondere omstandigheid vormt die een waardevermindering per die datum rechtvaardigt.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast had voldaan en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde te hoog was vastgesteld. Het beroep werd ongegrond verklaard. Tevens wees de rechtbank het verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af, omdat de termijn van twee jaar niet was overschreden.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde van €562.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft in stand.