ECLI:NL:RBZWB:2023:1754
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beëindiging Wmo-voorzieningen
Verzoekster ontving huishoudelijke ondersteuning en een was service op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk besloot deze voorzieningen per 1 maart 2023 te beëindigen, nadat een medisch adviseur had geconcludeerd dat verzoeksters echtgenoot medisch niet beperkt is en in staat is de gebruikelijke zorg te leveren.
Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat zij vanwege haar reuma en ziekte van Crohn niet kon wachten op de bezwaarprocedure en dat haar echtgenoot, vanwege zijn werk en eigen gezondheidsklachten, de huishoudelijke taken niet kon overnemen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een acute medische noodsituatie of onomkeerbare gevolgen als de huishoudelijke hulp tijdelijk wegvalt. Verzoekster kon lichte huishoudelijke taken zelf verrichten en de situatie van het gezin, hoewel belastend, rechtvaardigde geen spoedeisend belang. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Omdat het spoedeisend belang ontbrak, werd niet inhoudelijk op de rechtmatigheid van het besluit ingegaan. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen beëindiging van de Wmo-voorzieningen wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.