ECLI:NL:RBZWB:2023:1785
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens onmiddellijk uitstappen
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd omdat zijn auto zonder betaling geparkeerd zou hebben gestaan in een parkeerzone. De heffingsambtenaar handhaafde de aanslag na bezwaar. Belanghebbende voerde aan dat hij zijn dochter alleen had afgezet en dat het voertuig slechts kort had stilgestaan voor het onmiddellijk uitstappen.
De rechtbank oordeelde dat parkeren volgens de Gemeentewet en de Verordening niet van toepassing is op het onmiddellijk in- en uitstappen. De bewijslast rust op de heffingsambtenaar om aan te tonen dat er daadwerkelijk sprake was van parkeren. De door de heffingsambtenaar overgelegde foto’s waren onvoldoende om dit te bewijzen.
De rechtbank achtte de verklaring van belanghebbende geloofwaardig en concludeerde dat het scenario van onmiddellijk uitstappen niet kon worden uitgesloten. De naheffingsaanslag werd daarom ten onrechte opgelegd en vernietigd. Belanghebbende krijgt het betaalde griffierecht vergoed, maar proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt vernietigd en het griffierecht aan belanghebbende vergoed.