ECLI:NL:RBZWB:2023:1791
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding na gegrond verklaard bezwaar parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg een dwangbevel opgelegd voor een naheffingsaanslag parkeerbelasting. Na bezwaar verklaarde de invorderingsambtenaar het bezwaar gegrond en trok de invorderingskosten in. Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet toekennen van proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de invorderingsambtenaar tegemoet is gekomen aan het bezwaar, maar geen proceskostenvergoeding heeft toegekend. De rechtbank veroordeelt de invorderingsambtenaar tot vergoeding van de door belanghebbende gemaakte proceskosten van €418,50, gebaseerd op een wegingsfactor van 0,5 voor het indienen van het beroepschrift.
Verder wijst de rechtbank het verzoek af om een brief van de gemachtigde als conclusie van repliek te beschouwen, omdat belanghebbende geen gelegenheid tot repliceren heeft gehad. De rechtbank wijst erop dat het betaalde griffierecht van €50 door de invorderingsambtenaar moet worden vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 17 maart 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de invorderingsambtenaar tot vergoeding van €418,50 aan proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht van €50 aan belanghebbende.