Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Ten aanzien van feit 2 was er sprake van wetenschap en beschikkingsmacht. De wetenschap volgt uit het bewijs voor feit 1, namelijk dat verdachte wist dat er materialen in de loods aanwezig waren die te gebruiken zijn om opnieuw drugsfeiten te plegen en dat er materiaal aanwezig is waar (nog) cocaïne in zit. Dat verdachte de feitelijke mogelijkheid had om de loods te verlaten en hierbij de aanwezige materialen mee te nemen, maakt dat er ook sprake was van beschikkingsmacht.
op tijdstippen in de periode van 26 maart 2022 tot en met 31 maart 2022 te Steenbergen, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bewerken en verwerken, van een of meer hoeveelheden cocaïne, zijnde cocaïne een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende
lijst I, voor te bereiden, zich en anderen gelegenheid tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, hebbende verdachte en verdachtes mededaders telkens voorwerpen en stoffen voorhanden gehad, waarvan hij, verdachte en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van die delicten, immers, hebben hij, verdachte en zijn mededaders telkens in de voornoemde periode in voornoemde pleegplaats:
- een grote hoeveelheid jerrycans en vaten en speciale kuipen en andere soorten verpakkingen met daarin grote hoeveelheden chemicaliën voorhanden gehad, waaronder ethylacetaat en caustic soda (natriumhydroxide) en MethylEthylKeton (MEK) en zwavelzuur en Zoutzuur en CalciumChloride en IsoPropylAlcohol (IPA) en Actief kool, en
- meerdere onderdelen van terugwinnings-, productie- en verwerkingsopstellingen voorhanden gehad, waaronder een hydraulische pers en persmallen en een droogkast en
verwarmingslampen en magnetrons en verpakkingsmateriaal en logoplaten en tonnen/vaten en rvs ketel en verwarmingsspiralen en een filterdoek en één of meerdere zeven en een vacuümafscheider en een compressor;
3.
op 31 maart 2022 te Steenbergen, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk aanwezig heeft gehad hoeveelheden van in totaal ongeveer 66,2 kilo van materialen bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een gevangenisstraf van 36 maanden;