ECLI:NL:RBZWB:2023:18
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 11 januari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit verzoek beslist. Eiseres heeft verweerder op 2 september 2022 ingebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank overweegt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder heeft verzocht om een langere beslistermijn van dertien weken vanwege het grote aantal lopende herbeoordelingen en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door toedoen van eiseres af.
Verder legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens opgedragen het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 2 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen tien weken alsnog moet beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.