ECLI:NL:RBZWB:2023:1809
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op verzoek herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 20 januari 2021 een verzoek tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag ingediend bij de Belastingdienst/Toeslagen. De Belastingdienst heeft niet tijdig op dit verzoek beslist, waarna eiseres op 2 september 2022 een ingebrekestelling stuurde. Na ontvangst van deze ingebrekestelling op 6 september 2022 verstreken twee weken zonder besluit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat de Belastingdienst binnen tien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. De Belastingdienst had verzocht om een termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de noodzaak van zorgvuldige behandeling, maar de rechtbank acht tien weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst af om de termijn te verlengen met perioden van vertraging veroorzaakt door eiseres, omdat dit te onbepaald is.
Tot slot moet de Belastingdienst het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 16 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en bepaalt dat de Belastingdienst binnen tien weken alsnog moet beslissen, met een dwangsom bij overschrijding.