ECLI:NL:RBZWB:2023:1810
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over overschrijding beslistermijn herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 20 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, wat aanleiding gaf tot een ingebrekestelling op 9 januari 2023. Na het verstrijken van de wettelijke termijn stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. Hoewel de Belastingdienst om een langere termijn van dertien weken verzocht vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak redelijk. De rechtbank wijst een dwangsom toe van € 100,- per dag met een maximum van € 15.000,- voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Verder wordt de Belastingdienst opgedragen het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 418,50 toegekend, gebaseerd op een lichte zaak en de inzet van een gemachtigde. De rechtbank wijst het verzoek van de Belastingdienst om verlenging van de termijn met vertraging door toedoen van eiseres af vanwege gebrek aan duidelijkheid.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande op 16 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Eiseres wordt geïnformeerd over de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen negen weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.