ECLI:NL:RBZWB:2023:1813
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijk beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag over de jaren 2008, 2009 en 2010. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op dit bezwaar beslist, ondanks een verlenging en ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen vier weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom opgelegd van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden.
Daarnaast stelt de rechtbank de bestuurlijke dwangsom vast op het maximale bedrag van €1.442,-, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.
De rechtbank weegt mee dat het grote aantal bezwaren bij de Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen vertraging veroorzaakt, maar acht een termijn van vier weken voor het nemen van het besluit redelijk. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en openbaar gemaakt op 16 maart 2023.
Uitkomst: Verweerder wordt opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen en een dwangsom opgelegd wegens overschrijding beslistermijn.