ECLI:NL:RBZWB:2023:1840
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 22 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. De Belastingdienst heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waarna eiseres op 26 september 2022 een ingebrekestelling heeft gestuurd. Na het verstrijken van de wettelijke termijn heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard omdat de beslistermijn is overschreden. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordelingen. De rechtbank acht een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiseres af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt tevens opgedragen het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter Van de Sande op 17 maart 2023 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de Belastingdienst binnen acht weken alsnog te beslissen en legt een dwangsom op bij overschrijding.