ECLI:NL:RBZWB:2023:1895
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening toeslag en terugvordering wegens hoofdverblijf alleenstaande woningdeler
Eiser ontvangt sinds 2019 een WIA-uitkering en toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het UWV heeft zijn toeslag herzien en teruggevorderd omdat uit onderzoek bleek dat eiser zijn hoofdverblijf bij zijn moeder had, waardoor hij als alleenstaande woningdeler moest worden aangemerkt.
Eiser betwistte dit en voerde aan dat hij op het uitkeringsadres verbleef en aan zijn informatieplicht had voldaan. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van eiser tegenstrijdig waren en dat het UWV voldoende feiten had verzameld die aannemelijk maken dat eiser bij zijn moeder woonde. Het huisbezoek, waarnemingen en administratieve gegevens ondersteunden dit.
De rechtbank stelde vast dat de toeslag terecht was herzien en het te veel betaalde bedrag terecht werd teruggevorderd. Ook wees de rechtbank het beroep tegen de afwijzing van een nieuwe toeslagaanvraag af, omdat de situatie ongewijzigd was. De beroepen werden ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen de herziening en terugvordering van toeslag worden ongegrond verklaard.