ECLI:NL:RBZWB:2023:1900
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling overdrachtsbelasting bij juridische splitsing en verkrijging aandelen
Belanghebbende was voor 50% aandeelhouder van een splitsende vennootschap die op 17 november 2020 een zuivere juridische splitsing onderging. Hierbij werd het onroerend goed overgedragen aan een nieuw opgerichte vennootschap, waarin belanghebbende alle aandelen verkreeg. De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op over de waarde van de aandelenuitreiking aan belanghebbende, verwijzend naar een besluit van de Staatssecretaris van 25 mei 2018.
De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling van artikel 15, lid 1, onderdeel h van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (WBR) ook ziet op de verkrijging van aandelen door belanghebbende in de nieuwe vennootschap. Deze verkrijging vloeit immers rechtstreeks en van rechtswege voort uit de juridische splitsing. De rechtbank vond steun voor dit standpunt in de parlementaire geschiedenis van het wetsartikel.
Gevolg is dat de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking worden vernietigd. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende. De uitspraak is gedaan op 23 maart 2023 door de meervoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en belastingrentebeschikking worden vernietigd wegens toepassing van de vrijstelling bij juridische splitsing.