ECLI:NL:RBZWB:2023:1903

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 maart 2023
Publicatiedatum
22 maart 2023
Zaaknummer
AWB- 22_2994
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling UWV in proceskosten na intrekking beroep wegens tegemoetkoming Ziektewet-uitkering

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zij vanaf 13 september 2021 niet langer arbeidsongeschikt werd geacht voor de Ziektewet. Het UWV heeft het bestreden besluit bij een herzieningsbesluit van 10 februari 2023 ingetrokken en bevestigd dat verzoekster onveranderd recht houdt op de Ziektewet-uitkering vanaf genoemde datum. Tevens heeft het UWV een vergoeding van de kosten in bezwaar toegekend.

Naar aanleiding van deze tegemoetkoming heeft verzoekster het beroep ingetrokken en verzocht het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in en bood tevens aan het griffierecht te vergoeden. De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54 Awb Pro geen zitting gehouden en heeft de proceskosten vastgesteld op € 837,00, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van deze proceskosten, waarbij het griffierecht van € 50,00 reeds door het UWV wordt vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders op 22 maart 2023.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 837,00 aan proceskosten aan verzoekster na herziening van het besluit en intrekking van het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/2994 ZW
uitspraak van 22 maart 2023 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen
[naam verzoekster] , te [plaatsnaam] , verzoekster,
gemachtigde: [naam gemachtigde] ,
en
de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(UWV; kantoor Eindhoven), verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 10 mei 2022 (bestreden besluit) van het UWV inzake het eiseres vanaf 13 september 2021 niet (meer) arbeidsongeschikt achten in het kader van de Ziektewet (ZW).
Bij besluit van 10 februari 2023 heeft het UWV bericht het bestreden besluit te herzien zodat verzoekster per 13 september 2021 onveranderd recht houdt op een ZW-uitkering. Daarbij heeft het UWV vergoeding van de kosten van verzoekster in bezwaar ter grootte van € 1.194,00 toegekend.
Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV heeft bij brief van 16 februari 2023 aangegeven akkoord te zijn met een veroordeling in de proceskosten en daarnaast ook het griffierecht van € 50,00 aan verzoekster te zullen vergoeden.
De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, indien het beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
2. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het besluit van 10 februari 2023 dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen. Hierin ziet de rechtbank aanleiding het UWV te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten.
Die kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,00 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,00 en een wegingsfactor 1).
3. De rechtbank overweegt ten overvloede dat het UWV op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht van € 50,00 aan verzoekster dient te vergoeden, zoals ook door het UWV is toegezegd, zodat een veroordeling daartoe niet nodig is.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 837,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van R.V. van Vliet, griffier, op 22 maart 2023 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij de rechtbank.