ECLI:NL:RBZWB:2023:1933
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag rioolheffing en hoorplicht
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag rioolheffing van €763,88 opgelegd door de gemeente Loon op Zand voor het jaar 2021. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de aanslag. Belanghebbende stelde dat de hoorplicht was geschonden en dat de aanslag onduidelijk was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat de hoorplicht niet was geschonden omdat het bezwaar zich feitelijk richtte op de waardering van de onroerende zaak volgens de Wet WOZ, terwijl de aanslag alleen betrekking had op rioolheffing. De heffingsambtenaar mocht daarom afzien van het horen van belanghebbende. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende had onderbouwd dat het waterverbruik van 3.023 m³ leidde tot de aanslag volgens de gemeentelijke verordening.
Belanghebbende stelde dat het pand in 2021 gesloten was vanwege corona en er geen waterverbruik was, maar dit was onvoldoende gemotiveerd om de aanslag te betwisten. Tevens werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen omdat de uitspraak binnen 24 maanden na ontvangst bezwaar werd gedaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de aanslag en wees het verzoek tot vergoeding af. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag rioolheffing wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.